Het is het mooiste speelgoed want het leeft en je kunt er op zitten. Het paard. Van adel en onhandig. Mooi maar duur. In Nederland leven een half miljoen speelgoedpaarden. Er zijn oude paarden bij en paarden die de mens die ze bezit teveel worden. In De Wilde Keuken op Wielen vraagt de kok zich af waar de paarden blijven die niet meer mee mogen doen of niet meer kunnen. Een ontdekking. Pony’s uit Nederland worden in Antwerpen grasbuikjes genoemd. Anders lusten Belgische gasten van het restaurant het niet. Nog een ontdekking. Pony smaakt naar walvis. De Wilde Keuken heeft er wielen onder. De keuken zwerft. Van Duinkerken tot Delfzijl beleeft verslaggever Wouter Klootwijk avonturen rond en in zijn keetwagen waarin hij gasten ontvangt en een vis bakt. Een kakelverse schar, zo uit de zee, die tot verbijstering van heel Scheveningen niet krom trekt in de pan. Scheveningen laat scharren altijd minstens twee dagen dood liggen boven water. Dat moest van vroeger. Het is voorgoed voorbij dankzij doortastend culinair onderzoek in De Wilde Keuken op Wielen. Het enige kookprogramma waarin niet wordt gekookt onderzoekt waar de paarden blijven als paardenmeisjes er genoeg van hebben; er wordt een windmolen ontdekt die het ook onder water doet, er wordt hop geoogst en een oester gegeten die dik werd van niet zo heel veel meer dan zonlicht. De Wilde Keuken boort eigen drinkwater aan en als hij in de fik staat komt de brandweer hem blussen met… lucht. Regie: Joost Engelberts. De Wilde