De Japanse oester in de Waddenzee is het een plaag of een zegen voor mens en natuur? Voor een antwoord op deze vraag mogen een klein aantal vissers handmatig oesters rapen op het Wad. Barbara Geertsema is één van de Waddenzee vissers die de komende tijd handmatig gaat rapen. Zelf ijvert ze al 10 jaar voor het mogen rapen van de schaaldieren. Als ecologische vissers ziet ze er voordeel in voor mens en natuur. ‘Aan de ene kant houdt het de groei van de Japanse oesters in toom en aan de andere kant zou het een mooie aanvulling op ons inkomen kunnen betekenen.’ De Japanse oester is een exoot in de Nederlandse wateren. Ooit gekweekt in Zeeland als proef, heeft de oester zich verspreidt door de Waddenzee. En daar doet hij het goed. Waar ooit de platte oester groeide, vind je nu hele banken vol Japanse oesters. Maar anders dan de inheemse mossel en kokkel, mochten deze oesters niet geraapt worden door beroepsvissers. Want het was onduidelijk wat de gevolgen van deze activiteit voor het waddengebied zijn. En dus groeide deze vlijmscherpe oester ongestoord verder. Nu mogen een aantal beroepsvissers rapen. De overheid wil nu antwoord krijgen op de vraag of het ‘beroepsmatig rapen ecologische en economische meerwaarde’ heeft. De vissers zijn uitgerust met een gps-datalogger, dezelfde waar ook zeehonden rondzwemmen in de Waddenzee. Zo wordt bekeken waar en wanneer de vissers de oesters rapen. Hieruit moet blijken of het rapen goed is voor natuur en mens